Werkbezoek Berlijn - Het migratiebeleid van onze oosterburen

Ons werkbezoek aan Berlijn was gericht op het arbeidsmigratie- en integratiebeleid in Duitsland. We spraken met verschillende overheidsinstanties, politici en sociale partners. En een gesprek met onze Duitse tegenhanger de Sachverständigenrat für Integration und Migration (SVR) stond op het programma. De belangrijkste indrukken hebben we kort op een rij gezet.

Arbeidsmigratie

Een van de grote uitdagingen voor de toekomst van de Duitse economie is het waarborgen van voldoende (geschoolde) arbeidskrachten. Alleen al rond de 400.000 migranten zouden nodig zijn om de Duitse economie op peil te houden. De vergrijzing en afname van de beroepsbevolking maken de structurele tekorten aan gekwalificeerde arbeidskrachten steeds nijpender. Daarnaast neemt het aantal beschikbare EU-arbeidsmigranten in de toekomst af omdat veel EU-landen vergelijkbare demografische uitdagingen hebben. De Duitse arbeidsmigratie gaat hand in hand met een breder arbeidsmarktbeleid om tekorten te verminderen. Hierbij viel op dat brede welvaart als concept niet wordt meegewogen in het arbeidsmarktbeleid.  

Duitsland heeft de afgelopen jaren dan ook enkele ambitieuze stappen ondernomen om meer arbeidsmigranten van buiten de EU aan te trekken. Er zijn vele wetswijzingen waaronder de Fachkräfteeinwanderungsgesetz (FEG), vrij vertaald een Vakkrachten-immigratiewet. Deze wet werd in 2020 ingevoerd om meer geschoolde vakkrachten uit derde landen aan te trekken. Tijdens onze gesprekken kregen we de indruk dat deze FEG wel breed werd verwelkomd, maar dat er ook veel kritiek bestaat op de concrete implementatie omdat men niet de infrastructuur (digitalisering en centralisatie) en capaciteit bij uitvoeringsorganisaties heeft om deze wetten uit te voeren.

In Duitsland bestaat de ‘Mangelberufliste’. Dit is een door de Duitse overheid opgestelde lijst met beroepen waarvoor een tekort bestaat aan gekwalificeerd personeel. Beroepen op deze lijst kunnen in aanmerking komen voor werkvergunningen om buitenlandse werknemers aan te nemen. Met deze lijst moet de krapte op de arbeidsmarkt worden tegengegaan door gekwalificeerde arbeidskrachten aan te trekken en daarmee tekorten in bepaalde beroepssectoren te verminderen. [1]

De Chancenkarte (Kansenkaart) is een bepaling die ons buurland medio 2024 aan de FEG wil toevoegen. Het betreft een puntensysteem op basis van beroepskwalificaties, kennis van de Duitse taal en Engelse taal en leeftijd. Als ten minste zes punten worden gescoord geeft dat migranten een verblijfsvergunning om binnen één jaar werk in Duitsland te vinden. Deze kaart is bedoeld voor migranten met minimaal twee jaar professionele werkervaring. Details over de uitvoering van de kaart zijn echter nog onduidelijk en ook is het onzeker hoe en welke organisatie de kwalificaties gaat controleren en verifiëren.

Ook de scherpe scheiding tussen asiel- en arbeidsmigratie, kan door de invoering van de FEG gaan veranderen. Er komt een uitzondering op het Spurwechselverbot (verbod om overstap te maken van de asielprocedure naar een reguliere procedure voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor werk) voor hoogopgeleide migranten. De uitvoering hiervan ligt bij de Auslanderbehörden in de deelstaten en de Duitse diplomatieke posten in het buitenland.

Bilaterale migratieovereenkomsten (Migrationsabkommen) tussen Duitsland en derde landen spelen eveneens een rol in het Duitse arbeidsmigratiebeleid. Hiermee probeert Duitsland arbeidsmigranten van buiten de EU aan te trekken. Onze buren zijn zich terdege bewust van de wederkerigheid van dit soort overeenkomsten en maken dan ook afspraken om bijvoorbeeld arbeidskrachten in het land van herkomst op te leiden voor de Duitse arbeidsmarkt. Dit zijn de zogenoemde skills mobility partnerships. In 2015 adviseerden wij als Adviesraad Migratie al dat het bij dit soort bilaterale overeenkomsten van belang is om te investeren in duurzame, langdurige relaties met landen van herkomst. [2] En onlangs rapporteerden we dat dit soort partnerschappen - gebaseerd op een zorgvuldig arbeidsmigratiebeleid - bijvoorbeeld goed kunnen helpen bij het voorkomen van personeelskrapte in de langdurige zorg. [3]

Via de website make-it-in-Germany biedt de Duitse overheid informatie aan migranten die naar Duitsland willen verhuizen om daar te werken. De website geeft informatie over zaken zoals visumprocedures, werkvergunningen, erkenning van buitenlandse kwalificaties en algemene informatie over leven in Duitsland. 

[1] De Mangelberufliste wordt gemaakt op basis van de Engpassanalyse. In deze lijst staan de beroepen of vakgebieden waarin er een tekort aan gekwalificeerd personeel is. https://statistik.arbeitsagentur.de/DE/Navigation/Statistiken/InteraktiveStatistiken/Fachkraeftebedarf/Engpassanalyse-Nav.html   

[2] Advies: Strategische landenbenadering migratie | Publicatie | Adviesraad Migratie.

[3] Adviesrapport ‘Zorgvuldig arbeidsmigratiebeleid. Hoe de langdurige zorg profijt kan hebben van vakmigranten’ | Rapport | Adviesraad Migratie

Integratiebeleid

Het migratiedebat in Duitsland bevindt zich volgens verschillende gesprekspartners op een keerpunt. De afgelopen maanden is er een duidelijk negatievere publieke en politieke opinie ontstaan over het onderwerp migratie. Een van de redenen daarvoor is dat de zorgen van lokale overheden over migratie door o.a. de groeiende tekorten aan huisvesting meer in de media terechtkwamen.

Wat betreft de integratie en inburgering in Duitsland zijn er regionale verschillen tussen de deelstaten (Bundesländer). Zij hebben een hoge mate van autonomie bij het aanbieden van cursussen en ondersteuning aan migranten. Taalcursussen worden wel centraal gefinancierd door federaal geld vanuit het Bundesamt für Migration und Flüchtelinge (BAMF). Er worden twee typen cursussen aangeboden. De algemene ‘Integrationskurse’ met 600 lesuren taal en 100 uur oriëntatie op Leben in Deutschland. Deze cursussen zijn in principe kosteloos voor asielzoekers, de zogenoemde ‘Geduldeten’ (gedoogden) en migranten met een verblijfskaart. Derdelanders hebben recht op een cursusplaats, terwijl EU-burgers alleen kunnen deelnemen als er plaats beschikbaar is. Daarnaast zijn er de ‘Berufssprachkurse’. Dit zijn taalcursussen voor beroepsdoeleinden (4 niveaus: A2, B1, B2 en C1). Deze cursussen zijn vrijwillig te volgen, maar kunnen door de arbeidsbureaus in de deelstaten verplicht worden opgelegd aan werkloze migranten. Werkende deelnemers betalen een eigen bijdrage aan de cursus, terwijl werklozen geen bijdrage betalen. Werkgevers kunnen deze cursussen voor hun werknemers betalen.

Wat opvalt is dat in Duitsland de integratie- en inburgeringscursussen voor een grotere groep migranten beschikbaar zijn dan in Nederland. Hier zijn alleen asiel- en gezinsmigranten van buiten de EU, die zich langdurig in Nederland willen vestigen (en ‘geestelijk bedienaren’), wettelijk verplicht om in te burgen. Voor andere migrantengroepen is weinig tot niets geregeld wat betreft integratie. Die groepen zijn hier te lande aangewezen op een uiteenlopend en variërend aanbod vanuit gemeenten, particulieren en maatschappelijke organisaties.

Een opvallend punt dat in het werkbezoek aan de orde kwam, was het aandeel werkende ontheemde Oekraïners relatief laag is in vergelijking tot Nederland. Maar als zij werken, het wel vaker op passend niveau is. [1] Dit lage percentage arbeidsparticipatie werd verklaard door de ruime sociale voorzieningen die Duitsland aan ontheemde Oekraïners aanbiedt waardoor werken nauwelijks lonend is. Inmiddels zijn er geluiden om meer tot werken te stimuleren.

[1] 46% in Nederland tegenover 17% in Duitsland. Bronnen: CBS en rapport Ukrainian Refugees in Germany: Escape, Arrival and Everyday life (December 2022).