Nederland doet zichzelf tekort door het potentieel aan talenten onder migranten niet méér te benutten. Het gaat om zo’n 330.000 personen die extra zouden kunnen werken. Dat vraagt om actie. Van het Rijk om te investeren in taalles voor migranten die de Nederlandse taal graag willen leren. Van gemeenten om ook migranten zonder uitkering in beeld te krijgen en hen te ondersteunen naar werk. Van werkgevers om leiderschap te tonen door draagvlak en goede begeleiding op de werkvloer te creëren. En van migranten vraagt de veelal langdurige zoektocht naar werk om doorzettingsvermogen, blijvende inzet in (vak)taal en investeren in een relevant netwerk.
Download: Visuele samenvatting Investeren in onbenut talent
Download: Investeren in onbenut talent. Briefadvies over het beter benutten van het talent onder migranten in Nederland
Download: Achtergrondstudie Talenten benutten van migranten

Beeld: © Bjorn Staps
Zet gezinsmigranten op de radar van gemeenten
Er is een groot onbenut arbeidspotentieel onder gezinsmigranten van zo’n 100.000 personen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om gezinsleden van asiel- en arbeidsmigranten, inclusief kennismigranten. Zij staan meestal niet goed op de radar van gemeenten omdat zij geen uitkering ontvangen. Gemeenten zouden meer moeten doen om dit onbenutte arbeidspotentieel in beeld te krijgen en deze groep naar werk te begeleiden. Het gaat hierbij vaak om vrouwen die (ook) zorgtaken hebben. Gemeenten kunnen hen benaderen via sleutelfiguren. Bij de begeleiding van deze groep moet de gezinssituatie worden betrokken.
Taal als sleutel tot de arbeidsmarkt
Een van de grootste obstakels voor migranten om volwaardig werk te vinden, is onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal. Statushouders kunnen taalles krijgen, maar voor andere groepen migranten, waaronder gezinsmigranten, is dat niet geregeld. Alle migranten die daaraan behoefte hebben, zouden zo snel mogelijk na aankomst Nederlands taalonderwijs aangeboden moeten krijgen. Dit vraagt in de startfase om forse investeringen, maar levert op de lange termijn grote maatschappelijke baten op: meer kans op werk, financiële onafhankelijkheid en een sterker sociaal weefsel. Werkgevers kunnen daar een belangrijke rol in spelen door medewerkers in staat te stellen onder werktijd taalles te volgen. Dit vergroot hun kans om hun baan te behouden en door te groeien.
Skills erkennen stimuleert doorgroei in werk
Veel migranten werken onder hun niveau of in banen die niet aansluiten bij hun opleiding en ervaring. Om talenten niet onbenut te laten, is het belangrijk om ook hun skills zichtbaar te maken en te erkennen in een skillspaspoort. De Adviesraad pleit daarbij voor een publieke borging van de kwaliteit van EVC-trajecten voor in het buitenland opgedane werkervaring.
Structurele begeleiding uitbreiden
Actief leiderschap van werkgevers helpt migranten hun plek binnen de organisatie te vinden. Door bijvoorbeeld draagvlak te creëren en mentoren in te zetten als laagdrempelige vraagbaak. De Adviesraad pleit voor een structurele uitbreiding van de ondersteuningsbegeleiding aan werkgevers en migranten naar meerdere migrantengroepen. Begeleiding en training in sociale codes, communicatie en zelfvertrouwen helpen migranten om initiatief te tonen, ambities uit te spreken en zich binnen de organisatie te presenteren en te profileren.
Aanspreekpunt voor werkgevers
De regels voor tewerkstelling verschillen per categorie migrant. Voor asielzoekers gelden andere regels dan voor Oekraïners of gezinsmigranten. Werkgevers hebben daar vaak onvoldoende zicht op. Werkgevers zouden bij een vast aanspreekpunt in de regionale Werkcentra terecht moeten kunnen voor informatie over die regels en ondersteuning bij het aanvragen van een tewerkstellingsvergunning.
Aanbieding en publicatie advies
Op 7 oktober 2026 is het briefadvies aangeboden aan de minister van Werk en Participatie (SZW), de heer Aartsen. Dit advies is gebaseerd op een onderzoek naar de obstakels en stimulansen onder werkgevers en migranten om het potentieel aan talenten van migranten in Nederland beter te benutten. Eerder publiceerde de Adviesraad Migratie zijn verkenning ‘Talenten benutten: Het onbenutte arbeidspotentieel van migranten’. Uit deze cijfermatige analyse bleek dat 330.000 migranten tussen de 25 en 65 jaar meer zouden kunnen werken als hun arbeidsdeelname gelijk was aan die van Nederlanders zonder migratieachtergrond. Het onbenutte arbeidspotentieel is het grootst onder migranten van 45+, vrouwen en asiel- en gezinsmigranten (van buiten de EU).