Toegang tot taalonderwijs is cruciaal, voor arbeidsmigrant én samenleving

Op 30 januari presenteerden D66, VVD en CDA het coalitieakkoord ‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland’. In het hoofdstuk over asiel, migratie en integratie gaat de meeste aandacht uit naar asiel. Op het gebied van arbeidsmigratie zet de coalitie in op fatsoenlijke regels en het aanpakken van misstanden. En in de integratieparagraaf worden maatregelen geschetst om ieders vrijheid te beschermen en te versterken en staat dat ‘meedoen de norm wordt’. Dat betekent snel starten met taal en werk of school, aldus het akkoord. Wat opvalt is dat de maatregelen die de coalitie daarvoor wil nemen, beperkt zijn tot asielzoekers (met een goede kans op een verblijfsvergunning) en statushouders. Arbeidsmigranten worden in de integratieparagraaf nergens genoemd. In ons advies Investeren in samenleven legden we uit dat ook voor hun deelname aan de samenleving investeren in samenleefbeleid en taalonderwijs cruciaal is. 

Elkaar verstaan en begrijpen is bindmiddel van samenleven  

Goed samenleven berust op vier pijlers: taalbeheersing, je rechten en plichten kennen en kunnen uitoefenen, ontwikkeling op werkgebied en elkaar ontmoeten. Die pijlers hangen met elkaar samen en beïnvloeden elkaar. Taalbeheersing vormt de basis. Als arbeidsmigranten de Nederlandse taal beheersen, kunnen ze beter hun weg naar instanties vinden en daar ook beter mee omgaan. Taalbeheersing helpt ook om hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren en het maakt het gemakkelijker om sociale verbindingen met anderen aan te gaan. Dan kunnen mensen elkaar vaker verstaan en begrijpen, wat kan leiden tot meer onderling begrip en een sterkere sociale samenhang.

Beeld: © Adviesraad Migratie

Toegang tot taalonderwijs is cruciaal, voor arbeidsmigrant én samenleving

Het spreken en begrijpen van de taal is de belangrijkste voorwaarde om te kunnen meedoen. De meeste arbeidsmigranten vinden zelf dat zij de Nederlandse taal slecht beheersen. Een taalbarrière zorgt ervoor dat mensen in hun eigen (taal)wereldje blijven leven en belemmert sociaal contact. Om ervoor te zorgen dat arbeidsmigranten ook buiten hun werk kunnen meedoen, is het cruciaal dat zij betere toegang tot taalonderwijs krijgen. Niet alleen voor henzelf, ook voor de samenleving als geheel.

Een betere taalbeheersing stelt arbeidsmigranten in staat zich te ontwikkelen, op het werk en daarbuiten. Zo kunnen zij sociale verbindingen met anderen aangaan. Dat versterkt de sociale samenhang en dat is een voorwaarde voor het goed functioneren van een samenleving. In de woorden van Elena, arbeidsmigrant uit Kazachstan: "I think when you speak the language, people treat you different. More close, more friendly, more open. When people see your effort, you can burst the bubble."

Investeren in samenleefbeleid en het verbeteren van de toegang tot taalonderwijs is ook belangrijk om de potentiële bijdrage die arbeidsmigranten aan onze economie kunnen leveren, beter te benutten. Nederland moet een aantrekkelijk land blijven voor arbeidsmigranten en dat vraagt om meer aandacht voor hun inbedding in onze samenleving.

Rijk, gemeenten en werkgevers moeten handen ineen slaan

De overheid heeft jarenlang vooral algemeen beleid gevoerd om laaggeletterdheid tegen te gaan en basisvaardigheden te verbeteren. Sinds kort is er ook meer aandacht voor het verbeteren van taalvaardigheden van arbeidsmigranten. Maar de vele initiatieven zijn voor hen nog beperkt toegankelijk. Gemeenten weten hen nog onvoldoende te bereiken en er zijn grote verschillen tussen gemeenten: sommige doen heel veel, andere weinig tot niets. De overheid moedigt werkgevers weliswaar aan te investeren in taalvaardigheid van hun migrantenwerknemers, maar lang niet alle werkgevers nemen hierin hun verantwoordelijkheid. Daarom is het noodzakelijk dat:

  • De Rijksoverheid aan gemeenten structureel voldoende geld beschikbaar stelt, voor meer docenten zorgt en bindende afspraken met werkgevers maakt over taalonderwijs voor arbeidsmigranten onder werktijd
  • Gemeenten via netwerken van sleutelfiguren en ervaringsdeskundigen het belang van het leren van de Nederlandse taal benadrukken en arbeidsmigranten actief toeleiden naar lokale taalinitiatieven
  • Werkgevers taalonderwijs als vast onderdeel van goed werkgeverschap beschouwen en zij hun migrantenwerknemers in staat stellen onder werktijd taallessen te volgen en dat (groten)deels betalen.

Meer weten?