De Nederlandse regering wil migratie beter reguleren. Daarvoor is in alle gevallen samenwerking nodig met landen waar migranten vandaan komen en doorheen reizen. Dit advies gaat over de vraag hoe Nederland beter kan samenwerken met landen binnen en buiten Europa. Het advies is een samenwerking van de Adviesraad Migratie en de Adviesraad Internationale Vraagstukken. De raden brachten dit advies uit op verzoek van de ministers van Asiel en Migratie, Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.

Beeld: © ANP

Vijf denkrichtingen

In hun gezamenlijke advies bieden de raden vijf denkrichtingen voor slagvaardige partnerschappen.

1. Naar brede strategische partnerschappen

Nederland zal strategische keuzes moeten maken voor het aangaan van brede en wederzijds voordelige partnerschappen, waarin meer rekening wordt gehouden met de belangen van de beoogde partnerlanden. Dat betekent dat Nederland ‘in ruil voor’ afspraken over terugkeer, grensbewaking en het tegengaan van irreguliere migratie breder zou moeten inzetten, bijvoorbeeld op het gebied van reguliere, (circulaire) arbeidsmigratie, studievisa, handel en investeringen.

2. Naar een versterking van rechtmatigheid

De rechtmatigheid van partnerschappen moet (beter) worden geborgd. Dat is niet alleen een volkenrechtelijke (en morele) verplichting. Het is, net als wederzijds belang, ook een voorwaarde voor de effectiviteit van partnerschappen. Om de rechtmatigheid te kunnen borgen, moeten de afspraken en de uitvoering van partnerschappen risicogestuurd zijn, en onafhankelijk worden gemonitord. Nederland moet bovendien een ondergrens hanteren, waarbij migranten niet worden teruggestuurd of uitgezet naar landen waar ze niet veilig zijn, niet aan push- of pullbacks wordt meegewerkt en migranten niet worden gedetineerd waar hun rechten niet zijn gegarandeerd. Nederland moet bindende afspraken over gezamenlijke verantwoordelijkheid maken en de consequenties van het niet nakomen daarvan vastleggen. Het moet duidelijk zijn wat er gebeurt als een of beide partners de afspraken niet nakomen.

3. Naar zoveel mogelijk in Europees verband

De raden adviseren Nederland migratiepartnerschappen zoveel mogelijk in EU- of Team Europe-verband vorm te geven. De EU heeft in onderhandelingen meer te bieden, onder meer op het gebied van visa, handel en financiële instrumenten. Daardoor ontstaan betere mogelijkheden om wederzijds voordeel te realiseren. Dat is ook cruciaal voor het slagen van het Europese Asiel- en Migratiepact. Nederland moet bereid zijn in EU-kader afspraken te maken over (circulaire) arbeidsmigratie. Dat kan met behoud van nationale sturing op aantallen, sectoren en toelatingsvoorwaarden.

4. Naar een regionale benadering

Nederland moet bij het aangaan van partnerschappen verder kijken dan het nationale niveau. Regionale actoren, zoals ECOWAS en de Afrikaanse Unie, hanteren eigen visies op migratie, vaak met nadruk op vrije mobiliteit binnen de regio. Die uitgangspunten kunnen botsen met Nederlandse en Europese prioriteiten, bijvoorbeeld op het gebied van grensbeheer. Eenzijdige afspraken met één land kunnen bovendien onbedoeld spanningen versterken, bestaande samenwerking tussen buurlanden ondermijnen of problemen verplaatsen in plaats van oplossen. Door het regionale perspectief leidend te maken, sluiten afspraken beter aan bij de realiteit en praktijk van migratie.

5. Naar partnerschappen tussen samenlevingen

Partnerschappen zijn kansrijker als zij niet alleen tussen overheden worden vormgegeven, maar ook met betrokkenheid van diasporagemeenschappen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en kennisinstellingen. Daarom pleiten de raden voor een whole-of-society benadering, waarbij elk partnerschap een ander vertrekpunt heeft, gebaseerd op hoeveel verbondenheid er al tussen de twee landen bestaat en de mogelijkheden die er zijn om meer verwevenheid tussen de beide partners te creëren.

Recht en resultaat

De raden concluderen dat het aangaan van migratiepartnerschappen geen quick fix is voor Nederlandse migratiedoelen. De slagvaardigheid waar de regering in zulke partnerschappen naar zoekt, zal het resultaat zijn van het opbouwen en onderhouden van sterke relaties die verder reiken dan alleen het bilaterale niveau. Nederland kan dit bereiken door selectief te zijn in het aangaan van partnerschappen, deze operationeel vorm te geven met heldere afspraken die breed genoeg zijn om positieve prikkels voor samenwerking te bieden, en juridisch stevig genoeg om uitvoerbaar te zijn. Zo kan Nederland via brede partnerschappen sturen op recht en resultaat.

Presentatie advies

Op 22 juni presenteerden de raden het advies in perscentrum Nieuwspoort. Monique Kremer, voorzitter van de Adviesraad Migratie en Bram van Ojik, raadslid van de AIV, overhandigden het advies aan Pascalle Grotenhuis, Directeur-Generaal Internationale Samenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken en Victor Cramer, plaatsvervangend Directeur-Generaal Internationale Migratie en hoofd van het Bureau Internationaal Migratiebeleid bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Panelleden Tineke Strik (Europarlementariër voor PRO en bijzonder hoogleraar Migratierecht aan de Radboud Universiteit, Malik Azmani (Europarlementariër voor de VVD), Monika Sie Dhian Ho (directeur Clingendael) en Max Koffi, directeur van Africa in Motion, reflecteerden onder begeleiding van gespreksleider Ali Al-Jaberi op het advies.