Gezichten en verhalen...

Soms heb je van die werkbezoeken waarbij je aan het eind van de dag vooral cijfers en beleidsafspraken onthoudt. En soms loop je weg met gezichten en verhalen. Het werkbezoek van de Adviesraad Migratie aan Arnhem hoorde duidelijk tot de tweede categorie.

Arnhem positioneert zich nadrukkelijk als gastvrije stad. Dat klinkt als een slogan, maar tijdens de gesprekken met de gemeente, maatschappelijke organisaties en partners bleek hoeveel concreet werk en inzet daarachter zit. Tijdens een gezamenlijke lunch werd uitgebreid over het uitgangspunt ‘meedoen vanaf dag één’ gesproken. Niet eerst maanden wachten in onzekerheid, maar zo snel mogelijk aan de slag met taal, dagbesteding, werkoriëntatie en ontmoetingen.

Beeld: © Cultureel Centrum Rozet

Ontmoetingsplek voor Arnhemmers en nieuwkomers

Midden in Arnhem bleek een mooie ruimte leeg te staan: een voormalig restaurant in Rozet, cultureel centrum voor alle Arnhemmers. Een plek die nu met steun van de gemeente nieuw leven krijgt. De bibliotheek zit ook in dit gebouw – een plek dus voor iedereen. Samen met een maatschappelijk betrokken horecaondernemer bouwt de gemeente hier aan een ontmoetingsplek voor Arnhemmers en nieuwkomers. Een organisatie die daarin een belangrijke rol speelt is Connect, die hen actief met elkaar in contact brengt via activiteiten, workshops en taallessen. Het valt op hoe vanzelfsprekend de samenwerking hier lijkt: gemeente, COA, maatschappelijke partners en inwoners trekken samen op, ieder vanuit hun eigen rol. Dat Arnhem een contract voor 30 jaar met het COA heeft afgesloten helpt ook: zo kunnen er echt plannen voor de toekomst gemaakt worden.  

Opvallend is dat Arnhem daarbij ook bewust kiest voor grootschaligere opvanglocaties van ongeveer 300 plekken. Waar vaak wordt aangenomen dat kleinschaligheid per definitie beter werkt, ziet de gemeente dat anders: ook grootschalige opvang kan goed functioneren, als deze maar goed wordt ingebed in de stad. Ook tamelijk uniek is dat Arnhem asielopvang realiseert binnen bestaande nieuwbouwprojecten. Op twee locaties wordt opvang direct meegenomen in gebiedsontwikkeling. Hiermee laat Arnhem zien dat woningbouw en opvang samen kunnen worden ontwikkeld, vanaf dag één.

Daarbij is politiek leiderschap en durf onmisbaar, van wethouders en burgemeester. Arnhem biedt drie keer zoveel opvangplekken als volgens de Spreidingswet nodig is. “Wij hadden onze afspraken al gemaakt met het COA en hoorden pas daarna welke aantallen we volgens de Spreidingswet zouden moeten realiseren. ‘Zo weinig!’ dacht ik. Onze stad kan best meer aan,” vertelt de verantwoordelijk wethouder Paul Smeulders. Onlangs is de gemeenteraad bovendien bijna unaniem akkoord gegaan met het beleidskader Arnhem, gastvrije stad.

“As a person that lived 2 years and 2 months in the Netherlands, I have lived in six camps [AZCs, red.]. I felt so disconnected. I tried several times to join the community here in the Netherlands, but because of the many transfers I didn’t have the chance to do that in every city, until I got to Arnhem. I am so lucky to stay in Arnhem for one year – I could join the Connect Program which gave me the chance to meet everyone, to get to know more people and to do a lot of activities here. I was really praying to stay in Arnhem and to not have a transfer to another place.”– Hiba, Connect deelnemer

Tegelijk laat Arnhem ook zien hoe ingewikkeld opvang in de praktijk kan zijn. Dat werd het meest zichtbaar bij de opvang op de Rijn, waar ongeveer 1200 mensen verblijven op acht grote Rijncruisseschepen. Twee boten zijn bestemd voor Oekraïense ontheemden en worden door de gemeente gerund, de zes andere boten vallen onder de verantwoordelijkheid van het COA en huisvesten asielzoekers uit verschillende landen. Het beeld is dubbel: aan de ene kant is het indrukwekkend dat een stad deze schaal van opvang weet te organiseren, maar aan de andere kant zie je toch ook dat dit noodopvang is.

Een Arnhemse ambtenaar vertelt: “De ruimtes op de boten zijn klein. Een kamertje met een patrijspoort wordt gedeeld door tenminste twee asielzoekers, vaak vreemden van elkaar. Even een raampje openzetten is er niet bij. Bewoners kunnen niet zelf koken en er is weinig plek om te ontspannen of stoom af te blazen.” Toch probeert de gemeente er het beste van te maken. Ter compensatie van de beperkte leefruimte zijn er op de wal ruimtes gecreëerd voor sport en recreatie. Er is ook een buurtcafé geopend, gerund door bewoners, waar de bewoners van de boten terecht kunnen voor een kop koffie, workshop en taallessen. Maar het blijft behelpen. Bovendien is deze vorm van opvang duur en onzeker: de boten worden gehuurd van rondvaartmaatschappijen en het is maar de vraag of die hun schepen de komende jaren beschikbaar blijven stellen.

“The activities I do here, they help me to learn the language, do sports, and do all the activities that I want to do, and to be out of the camp, out of the negative atmosphere, and find myself in a cozy situation, where people make me feel that I am accepted and no one hates me or no one rejects me based on where I am from or what’s my religion.” – Ali, Connect deelnemer

Een totaal andere sfeer hing in het huis waar ongeveer vijftig alleenstaande minderjarige meiden wonen die zonder familie naar Nederland zijn gekomen; velen uit Eritrea, Syrië, Somalië. Hier draait alles om stabiliteit en ontwikkeling. De meiden leren koken, voor zichzelf te zorgen, en krijgen ondersteuning bij school en taal. Tegelijk horen we hoeveel bagage sommigen met zich meedragen. Velen zijn nog nooit naar school geweest, dat maakt de overgang naar elke dag verplicht naar school groot. Trauma’s zijn hier bovendien meer regel dan uitzondering. Maatschappelijke zorg- en begeleidingsinstelling Zorgkompas en het Nidos, de voogdijinstelling voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen, spelen een belangrijke rol in de dagelijkse begeleiding en als vertrouwenspersoon. Hun passie en zorgzaamheid spat er vanaf bij de rondleiding.

Eén van de grootste knelpunten ontstaat wanneer deze meiden 18 worden. Dan moeten ze verhuizen naar een regulier AZC, vaak ergens anders in het land. In de praktijk betekent dat: alles wat ze hebben opgebouwd - school, vrienden, therapie, begeleiding - opnieuw opstarten. Niet iedereen kan dat aan. De gemeente en het Nidos proberen daarom waar mogelijk te regelen dat deze jongeren in Arnhem kunnen blijven. In de tuin staat bovendien een kleiner huis waar meiden die bijna 18 worden eerst kunnen wennen aan zelfstandiger wonen. Dat lijkt goed te werken. Hier is veel aandacht en toezicht, in een regulier azc verdwijnen deze meiden snel uit zicht. Voor meiden in een kwetsbare positie is dat extra gevaarlijk. Een medewerker van Zorgkompas zegt: “De ene 18-plusser is de andere niet. Sommige jongeren hebben wat meer ondersteuning nodig.”

Minstens zo opvallend is de rol van de buurt. Het huis staat in de Burgemeesterswijk, een wijk met grote, dure huizen. Het contact met de buurtbewoners is warm en praktisch. Zoals de locatiemanager het mooi samenvatte: “Het gaat verrassend goed in deze buurt. We hebben goede contacten met de buren, die vaak langskomen om hun hulp aan te bieden. En als de meiden wat te veel herrie maken (ze luisteren graag naar muziek op de luidspreker), dan weten de buren ook bij wie ze moeten aankloppen.” De buren worden actief uitgenodigd voor de open dag, en krijgen een nieuwsbrief waarin mijlpalen worden gevierd (‘Amina heeft vandaag haar zwemdiploma gehaald!’). De buurt wordt dus actief betrokken, waardoor het contact en de opvang direct menselijker worden.

Ook de opvang van Oekraïense ontheemden in het voormalige Poli Zuid liet zien hoe belangrijk passende huisvesting is. Hier wonen mensen die extra zorg of ondersteuning nodig hebben. De verschillen met de noodopvang op de boten zijn groot. Bewoners beschikken hier soms over meerdere kamers en een eigen keukentje. Een jonge moeder liet haar woning zien, waar zij woont met haar zoontje van zes dat lichamelijk beperkt is. Even later vertelde een oudere vrouw hoe dankbaar ze is voor deze plek. Niet thuis, maar wel veilig en menswaardig. In de gezamenlijke keuken stonden Oekraïense zoetigheden voor ons klaar: kwarkkoekjes en pannenkoeken met aardbeienjam. Het Leger des Heils runt deze locatie en is zichtbaar trots op hoe licht en open het gebouw is geworden. Integratie in de buurt lijkt hier relatief soepel te lopen, al gaf de jonge moeder via een tolk aan dat ze nog geen Nederlands of Engels spreekt en daardoor contact maken met Nederlanders moeilijk is.

De dag eindigde waar hij begon, bij A Beautiful Mess, waar we eerder al getrakteerd waren op heerlijke fattoush, oesterzwam shawarma en sinaasappelcake met rozenblaadjes. Dit verwarmende voedsel paste goed bij het gevoel dat blijft hangen. Arnhem laat zien dat opvang nooit alleen gaat over aantallen plekken, maar over continue zoeken naar balans: tussen nood en kwaliteit, tussen systeem en mens, tussen buurtbewoners en nieuwkomers. Het is ingewikkeld werk, maar Arnhem laat zien dat het kan. Als je het samen doet.