‘Wij maken er hier wat van!’

Migratiebeleid is Rijksbeleid, maar Nederland is decentraal georganiseerd; het zijn vaak gemeenten die het moeten uitvoeren en die er lokaal de gevolgen van ervaren. Het landelijke migratiebeleid sluit niet altijd goed aan bij de lokale werkelijkheid. De Adviesraad Migratie vroeg veertien wethouders [1] , met verschillende politieke achtergronden en door het hele land, waar zij zoal tegenaan lopen bij het uitvoeren van migratiebeleid in hun gemeenten. De rode draad van hun ervaringen baart zorgen, maar biedt ook houvast en inspiratie: ‘Politiek Den Haag zet het draagvlak voor migratie voortdurend onder druk en laat ons de kastanjes uit het vuur halen. Maar wij maken er hier gewoon wat van. En dat gaat eigenlijk best goed!

In deze bijdrage schets ik enkele knelpunten die lokale bestuurders bij het uitvoeren van migratiebeleid in hun gemeenten in de samenwerking met het Rijk ervaren. Ook komen een aantal inhoudelijke migratiethema’s aan bod waar de wethouders aandacht voor hebben gevraagd. Ik sluit af met enkele initiatieven die de lokale veerkracht van de samenleving tonen en laten zien dat migratiebeleid wel degelijk met lokaal draagvlak kan worden uitgevoerd.

Behoefte aan een visie op samenleven

De gesprekken die de wethouders met hun gemeenteraden en burgers over migratie voeren, zijn er niet eenvoudiger op geworden. Of het nu gaat over het opvangen van asielzoekers of Oekraïense ontheemden, of het huisvesten van statushouders of arbeidsmigranten. Steeds vaker krijgen wethouders te maken met weerstand. Dat wordt volgens hen gevoed door het beeld dat het Rijk heeft gecreëerd en in stand houdt dat Nederland wordt overspoeld door (asiel)migranten en dat de samenleving het niet meer aan kan. De wethouders zijn niet blind voor weerstand en gevoelens van vervreemding in hun gemeenten. Ze zien dat migratie ruimtelijke en maatschappelijke uitdagingen met zich brengt. Veel gemeenten kampen met een woningtekort en moeten dealen met beperkte ruimtelijke mogelijkheden. En er zijn wijken die snel veranderen door grote concentraties migranten, wat gevolgen heeft voor de sociale samenhang. Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen – statushouders – moeten verplicht inburgeren. Dat geldt niet voor arbeidsmigranten met een tijdelijk verblijfsrecht. Maar ook deze groep moet volgens de wethouders beter worden ingebed in de samenleving, waarbij ook aandacht wordt besteed aan hen die hier voor kortere tijd of perioden verblijven en de praktische gevolgen die dat heeft voor de druk op lokale voorzieningen. Meer dan voorheen is er een voortdurend komen en gaan van mensen. Die tijdelijkheid vormt een uitdaging voor de sociale samenhang.

Het huisvesten en integreren van statushouders en arbeidsmigranten, maar ook het opvangen van asielzoekers, zijn volgens de wethouders geen onontwarbare Gordiaanse knopen. Het zijn stuk voor stuk beheersbare zaken die vragen om weldoordacht beleid en goede samenwerking. Ze zien dat het wel degelijk mogelijk is statushouders en arbeidsmigranten in te bedden in hun wijken en buurten en om asielzoekers en ontheemden goed op te vangen. De eenzijdige focus van het Rijk op het beperken van de (asiel)migratie leidt er volgens hen toe dat de uitdagingen niet adequaat worden opgepakt. Roy Bouten (Horst aan de Maas):

Als overheden hebben we economische keuzes te maken. Minder goedkope arbeid betekent minder arbeidsmigranten. Maar ongeacht hoe groot de instroom ook is, voor hen die hier zijn, moeten we het met z’n allen hoe dan ook fatsoenlijk regelen. In het belang van arbeidsmigranten én omwonenden.’

Beeld: © COA

De wethouders benadrukken dat het opvangen van asielzoekers en Oekraïense ontheemden en het huisvesten en integreren van statushouders wettelijke taken zijn, waar gemeenten voor aan de lat staan. En dat doen ze met grote inzet. Niet alleen omdat het moet van de wet, maar vooral omdat het om maatschappelijke opgaven gaat, die op zichzelf gewoon goed zijn uit te voeren. Dat vraagt wel om een langetermijnvisie. Een antwoord op de vraag wat voor samenleving we willen zijn. Een visie die als leidraad geldt voor het samen oppakken van de opgaven. Voor- en tegenstanders van het opvangen van asielzoekers en het huisvesten van statushouders vinden elkaar namelijk in de overtuiging dat migranten die hier zijn vanaf dag 1 actief moeten meedoen. In gemeenten wordt daar iedere dag hard aan gewerkt. Maar dat zou volgens de wethouders zoveel beter gaan als het Rijk de eenzijdige focus op de zelf gecreëerde opvangcrisis verbreedt en langetermijnbeleid maakt dat meedoen stimuleert en de sociale samenhang verstevigt. Dat is volgens hen een voorwaarde om ook in de toekomst met draagvlak nieuwkomers in hun straten, wijken en buurten te kunnen opnemen. En draagvlak kan worden gestut met beleid dat de hele samenleving ten goede komt. Het cultiveren van het crisisbeeld door het Rijk, de obsessie voor het op korte termijn beperken van de (asiel)migratie en de exclusieve aandacht voor problemen en overlast is volgens de wethouders uit balans en doet geen recht aan de werkelijkheid die zij iedere dag ervaren. In de woorden van Manouska Molema (Groningen):

Het Rijk geeft het signaal af dat asielzoekers en statushouders een probleem zijn. Met allerlei beperkende ad hoc maatregelen zegt het voortdurend: ‘Jullie hebben een probleem en los het maar op, maar van ons hoef je geen hulp te verwachten, want wij willen deze mensen niet.

Veel wethouders voelen zich in hun hemd gezet door het Rijk en roepen het nieuwe kabinet op een visie op samenleven te ontwikkelen die is gebaseerd op correcte informatie over aantallen, samenstelling en impact. Daar hoort ook aandacht voor problemen bij, zoals asielzoekers die overlast veroorzaken en de soms gebrekkige integratie van migranten die al lang in Nederland wonen. Maar het is minstens zo belangrijk oog te houden voor de lokale veerkracht in de samenleving. Dat vraagt om een overheid met een open blik, die is gericht op de lange termijn. Een visie die recht doet aan de bestaande zorgen over migratie zonder dat belangen van de samenleving en die van migranten voortdurend tegenover elkaar worden geplaatst. Het vraagt ook om een overheid die beleid maakt dat werkt, in nauwe afstemming met degenen die dat lokaal moeten uitvoeren.

Pleidooi voor samenhangend beleid

Consistentie, samenhang, beleidslogica, het zijn woorden die in alle gesprekken veelvuldig terugkomen. Veel van de lokale problemen op migratiegebied worden volgens de wethouders veroorzaakt en in stand gehouden door jarenlang ‘gezwabber en afbraakbeleid’ van het Rijk. De aaneenschakeling van niet goed doordachte, onsamenhangende noodmaatregelen en het uitblijven van structurele, kostendekkende financiering heeft het asielopvangstelsel en uitvoeringsorganisaties als het COA en de IND aanhoudend onder druk gezet. De wethouders zien de uitvoering van het migratiebeleid op lokaal niveau als een ‘feitelijk gedecentraliseerde overheidstaak, zij het in verkapte vorm’. Verkapt, omdat ze zowel beleidsmatig als financieel onvoldoende worden toegerust om de klus te kunnen klaren. Ze pleiten ervoor de decentralisatie te formaliseren en verantwoordelijkheden, bevoegdheden en middelen structureel met elkaar in evenwicht te brengen. Daarvoor is nodig dat het Rijk de gedeelde verantwoordelijkheid voor de opgaven onderschrijft, actief uitdraagt én handhaaft: ‘we doen het samen en iedereen doet zijn evenredige deel’. Het is de ambivalentie die het Rijk op dit punt ten toon spreidt, die de interbestuurlijke samenwerking verlamt en de onderlinge solidariteit tussen gemeenten onder spanning zet. De aankondiging van het kabinet om de per 1 februari 2024 ingevoerde Spreidingswet weer in te trekken, is daar het meest pregnante voorbeeld van. Dat zorgt lokaal voor veel onduidelijkheid en onrust. Volgens de overgrote meerderheid van de wethouders is een verplicht verdeelsysteem noodzakelijk om de asielopvang duurzaam goed te kunnen organiseren. Samir Toub (Eindhoven):

Buurgemeenten laten zich alleen al door die aankondiging moeilijker aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Want als politiek Den Haag de boodschap afgeeft dat het blijkbaar toch niet zo belangrijk is om opvangplekken beschikbaar te stellen, waarom zouden zij dan nog hun nek uitsteken? Dat gejojo van het kabinet maakt ons werk er niet gemakkelijker op.

Ook op andere opgaven hekelen de wethouders de grilligheid en kortzichtigheid van politiek Den Haag. Het ontbreken van een langetermijnperspectief en -financiering voor de overvolle gemeentelijke opvang van Oekraïense ontheemden, het stopzetten van de Rijksbijdrage aan de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV) voor ongedocumenteerde migranten, het verbod op het met voorrang huisvesten van statushouders en de aankondiging de wettelijke taakstelling voor het huisvesten van statushouders in te trekken. Het zijn voorstellen en beleidsmaatregelen die het asielopvangstelsel volgens hen verder laten vastlopen, gemeenten op het gebied van huisvesting voor onmogelijke opgaven stellen, ten koste gaan van de openbare orde en veiligheid en de inburgering nodeloos ingewikkeld maken. Anja Roelfs (Zwolle):

We hebben heldere kaders, samenhangend beleid en stabiliteit nodig. Dat zijn de broodnodige ingrediënten voor een goede lokale uitvoering van migratiebeleid. Want op een stabiele tafel is het lekker dansen!

Oproep om samen te werken aan betrouwbaar bestuur

Het ontbreken van een langetermijnperspectief en de voortdurende crisismodus waarin het Rijk zichzelf gevangen houdt, heeft volgens de wethouders ook tot gevolg dat het Rijk steeds minder oog heeft voor de uitwerking van nieuwe wet- en regelgeving in de praktijk. Het Rijk past volgens hen steeds vaker haastige noodgrepen toe, die niet goed zijn doordacht, juridisch twijfelachtig of onhoudbaar zijn en waarvan de te verwachten effecten niet vooraf in samenhang worden beoordeeld. Paul Smulders (Arnhem):

‘Uitvoeringsorganisaties als de IND roeien met de riemen die ze hebben. Maar ze geven ook al tijden aan dat veel van de asielnoodmaatregelen niet zullen werken, en dat de uitvoering van het beleid er alleen maar meer door vastloopt. Die noodkreten zijn in politiek Den Haag helaas aan dovemansoren besteed. Datzelfde geldt voor aanhoudende oproepen van gemeenten en de VNG om te investeren in de interbestuurlijke samenwerking en te voldoen aan de randvoorwaarden voor goed openbaar bestuur. Dat is ernstig. Rijksbeleid heeft lokaal direct effect. Het Rijk zou echt meer aandacht moeten besteden aan de uitvoerbaarheid van beleidsvoorstellen en de gevolgen ervan voor gemeenten.’

Betrouwbaar bestuur, dat is waar de wethouders behoefte aan hebben. Voorspelbaar, betrokken en in goede afstemming met uitvoeringsorganisaties en gemeenten. Zij moeten ten slotte het migratiebeleid uitvoeren en ondervinden al te lang de gevolgen van het werken in een voortdurende crisismodus. In de lokale uitvoering wordt zichtbaar hoe beleid uitpakt, zowel voor migranten, hun nieuwe buren als de samenleving als geheel. Uitvoeringsorganisaties en gemeenten als gelijkwaardige partners behandelen is cruciaal voor wederzijds vertrouwen en goed openbaar bestuur. Zij zijn onmisbaar als schakel tussen het Rijk en burgers en zijn als geen ander in staat om migratiebeleid zo uit te voeren dat recht wordt gedaan aan de lokale situatie.

Belangrijke lokale migratieopgaven

In aanvulling op hun oproep tot visievorming, consistent beleid, oog voor de uitvoering en goede interbestuurlijke samenwerking hebben de wethouders aandacht gevraagd voor een aantal specifieke maatschappelijke migratieopgaven. Het gaat om een bredere visie op arbeidsmigratie, de toekomst van Oekraïense ontheemden in Nederland, aandacht voor de kwetsbare positie van migrantenkinderen en duurzaam perspectief voor migranten zonder verblijfsrecht.

Wat voor economie hoort bij de samenleving die we willen zijn en welke arbeidsmigranten hebben we daarvoor nodig?

Nederland wil een hoogwaardige kenniseconomie zijn. Tegelijkertijd doen honderdduizenden arbeidsmigranten hier ongeschoold en laagbetaald werk in zware en soms onveilige omstandigheden. Gemeenten voeren heel divers beleid, maar dat lijkt geen invloed te hebben op het aantal arbeidsmigranten dat naar Nederland komt. Het is de vraag naar arbeid die dat bepaalt. Velen van hen worden uitgebuit door malafide uitzendbureaus. Gemeenten hebben volgens de wethouders te weinig instrumenten om die misstanden aan te pakken. En het zijn die misstanden die mede het draagvlak voor migratie in het algemeen beïnvloeden. Veel mensen zien namelijk geen verschil tussen asielzoekers, Oekraïense ontheemden en arbeidsmigranten. Voor hen zijn het gewoon allemaal migranten. Een vergunningsplicht voor uitzendbureaus kan helpen, maar alles valt of staat met de mogelijkheden om die te handhaven. Uiteindelijk moet het Rijk volgens de wethouders een visie ontwikkelen op de vraag wat voor economie Nederland wil zijn, welke sectoren daarbij horen en om wat voor arbeidsmigranten dat vraagt. Dat is zowel in het belang van de arbeidsmigranten als de samenleving als geheel. Tim Versnel (Rotterdam):

‘Er zullen altijd uitzendbureaus en inleners zijn die zich niet aan de regels houden en die arbeidsmigranten maximaal uitknijpen. Dus is er een toekomstvisie van het Rijk nodig op wat voor economie we willen hebben en welke groepen arbeidsmigranten daarvoor nodig zijn. Uiteindelijk vraagt dat om een fundamentele herinrichting van onze economische structuur, maar niemand lijkt zich daaraan te willen branden.’

Mede door het gebrek aan visie en beleid van het Rijk proberen sommige gemeenten zelf het voortouw te nemen. Zoals de gemeente Venray dat een omgevingsprogramma economie heeft vastgesteld waarin het streven naar brede welvaart centraal staat. Het uitgangspunt daarbij is dat bedrijven de fysieke ruimte die ze innemen moeten ‘verdienen’ door meer rekening te houden met bredere maatschappelijke aspecten, zoals een veilige en gezonde leefomgeving. En de gemeente Horst aan de Maas stelt sinds kort als vereiste voor het afgeven van een exploitatievergunning dat de werkgever een ‘meedoenplan’ opstelt waarin wordt uitgewerkt wat de werkgever doet om ervoor te zorgen dat hun internationale medewerkers ook buiten hun werk kunnen meedoen.

Beeld: © Unsplash

De toekomst van Oekraïense ontheemden in Nederland

Oekraïense ontheemden genieten tijdelijke bescherming in Nederland op grond van de EU-richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). De RTB is voor het laatst verlengd tot en met 4 maart 2027. Na beëindiging van de RTB komen Oekraïense ontheemden in Nederland in aanmerking voor een tijdelijk ‘transitiedocument’ dat drie jaar geldig is. In het voorjaar van 2026 komt het kabinet met meer informatie over de rechten, plichten en voorzieningen die daarbij horen. Ondertussen wortelen Oekraïners en hun kinderen hier. De bereidheid om naar Oekraïne terug te keren, neemt af naarmate de oorlog voortduurt. Het is dus niet aannemelijk dat veel Oekraïners binnen afzienbare termijn zullen terugkeren. De wethouders signaleren dat Oekraïners in Nederland zich nu al langere tijd niet goed kunnen ontplooien en dus niet verder kunnen met hun leven. Zij missen een visie van het Rijk op deze realiteit en vrezen dat, als er niets gebeurt, er een verloren generatie ontstaat. Erkenning van diploma’s, het organiseren van aanvullende opleidingstrajecten en het verbeteren van de doorstroom naar hoger onderwijs zijn hierbij specifiek als aandachtspunten genoemd. Frans Bastiaens (Maastricht):

‘Het is duidelijk dat de meeste Oekraïense ontheemden niet zullen terugkeren naar Oekraïne. Het wordt tijd dat het Rijk dat erkent en gaat investeren in deze migranten, zodat zij verder kunnen met hun leven en hier kunnen gaan integreren als ze willen blijven.’

Zicht op en aandacht voor migrantenkinderen

Meerdere wethouders maken zich zorgen over verschillende groepen migrantenkinderen in Nederland. Zo hebben zij aandacht gevraagd voor kinderen van arbeidsmigranten. Zij zijn net als andere kinderen in Nederland leerplichtig. Maar soms maakt het mobiele bestaan van de ouders het voor scholen ondoenlijk om daar op een goede manier invulling aan te geven. Veel kinderen zijn feitelijk passant en krijgen vaak langdurig onvoldoende onderwijs. De voortdurende doorstroom van deze kinderen maakt hen extra kwetsbaar en stelt scholen voor grote uitdagingen.

De oplopende behandeltermijnen bij de IND leiden tot frustratie en uitzichtloosheid bij asielzoekers in het algemeen, maar vooral ook bij jongere alleenstaande minderjarige vreemdelingen (zogenaamde amv’s). Het is lastig om in die omstandigheden met deze groep aan perspectief te blijven werken. Ook de positie van kinderen in asielzoekersgezinnen verdient meer aandacht. De crisismodus waarin de asielopvang nu al tijden wordt georganiseerd staat een gezonde ontwikkeling van deze kinderen in de weg.

Duurzame perspectieven voor migranten zonder verblijfsrecht

Per 1 januari 2025 is de Rijksbijdrage aan de Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV) stopgezet, waardoor de opvang en begeleiding voor veel migranten zonder verblijfsrecht is komen te vervallen. Met het stopzetten van de financiering van de LVV, is ook de samenwerking tussen de gemeenten en de betrokken uitvoeringsorganisaties als de IND en de DT&V onder druk komen te staan. Maar stopzetting van de LVV betekent dat bewoners weer op straat belanden, met alle gevolgen van dien. Er is lokaal grote behoefte aan een langetermijnperspectief voor deze mensen. Dat komt volgens de meeste wethouders zowel henzelf als de Nederlandse samenleving ten goede.

Initiatieven die lokale veerkracht laten zien

We vroegen de wethouders ook naar lokale initiatieven waar ze energie van krijgen. Daar hebben ze enthousiast over verteld: vanuit betrokkenheid, pragmatisme en vastberadenheid. Om er wat van te maken, omdat het wél kan.

Investeren in sociaal beheer van opvanglocaties

Van oudsher is het COA verantwoordelijk voor het beheer van opvanglocaties voor asielzoekers. Sinds de Spreidingswet kunnen gemeenten echter ook zelf opvanglocaties beheren. In dat geval is niet het COA, maar de gemeente (namens het COA) verantwoordelijk voor de veiligheid, leefbaarheid en het samenleven binnen en rondom de opvanglocatie. ‘Sociaal beheer’ is het beheren van een locatie met actieve betrokkenheid van bewoners en omwonenden, met vaak als specifiek doel de onderlinge relaties te bevorderen (community building). Een opvanglocatie valt of staat met goed sociaal beheer. Sociaal beheerders zijn de schakel tussen bewoners, omwonenden, de gemeente en vrijwilligers(organisaties).

Een aantal gemeenten schakelt lokale partijen in voor het sociaal beheer van opvanglocaties. Op die manier kunnen ze meer maatwerk leveren, beter inspelen op de wensen van bewoners en omwonenden én de lokale bedrijvigheid bevorderen. Dat komt volgens hen de leefbaarheid en veiligheid van de buurt ten goede. Adam Elzakalai (Amstelveen):

‘We kiezen er bewust voor om opvanglocaties in wijken en buurten in te richten, zodat mensen elkaar tegenkomen. In het begin maken buurtbewoners zich daar wel eens zorgen over, maar uiteindelijk gaat dat eigenlijk altijd gewoon goed. Zo vroeg een man die zich zorgen maakte over het openen van een opvang voor alleenstaande minderjarige asielzoekers wanneer die zou open gaan. Ik antwoordde: acht maanden geleden. Die man had er helemaal niets van gemerkt.’

Daarnaast zien de wethouders dat goed sociaal beheer tot meer sociale contacten tussen bewoners en buurtgenoten leidt. Als mensen elkaar tegenkomen, kan er wederzijds begrip ontstaan, waardoor de sociale samenhang verstevigt. Want als je elkaar kent, ga je anders met elkaar om.

Naar werk begeleiden van asielzoekers

Asielzoekers mogen in Nederland werken als hun asielaanvraag zes maanden in behandeling is. Dat kan alleen als de werkgever daar een tewerkstellingsvergunning (twv) voor heeft gekregen van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Tot twee jaar geleden mochten asielzoekers die aan deze voorwaarden voldeden maximaal 24 weken per jaar werken. Sindsdien geldt die beperking niet meer. Mogen asielzoekers werken? | Rijksoverheid.nl. Verschillende gemeenten experimenteren met het (sneller) naar werk begeleiden van asielzoekers. Dat is goed voor asielzoekers, voor onze arbeidsmarkt én de bredere samenleving. Want het haalt asielzoekers uit de wachtstand, draagt bij aan een vermindering van personeelstekorten bij werkgevers en versnelt en verbetert de integratie.

In de eerste acht maanden van de pilot ‘Asielzoekers aan het werk’ in Amsterdam vond 72% van de deelnemende asielzoekers een baan of zette een concrete stap naar werk zoals het volgen van een sollicitatietraining of kennismaking met een werkgever. Amsterdam helpt asielzoekers aan het werk | Gemeente Amsterdam. Ook Amstelveen is een pilot gestart met het naar werk begeleiden van asielzoekers. Het asielzoekerscentrum (azc) op de W.H. Keesomlaan heeft een ‘meedoenbalie’ waar het COA asielzoekers ondersteunt bij het vinden van dagbesteding zoals werk op het azc, vrijwilligerswerk, sport, recreatie etc. In aanvulling daarop biedt de gemeente asielzoekers daar ondersteuning bij het vinden van betaald werk. Volgens Adam Elzakalai (Amstelveen) is er veel interesse van werkgevers, maar lopen zij tegen praktische belemmeringen aan waar de gemeente geen invloed op heeft:

‘Onze pilot ‘asielzoekers aan het werk’ loopt op zich goed: werkgevers staan hier in de rij voor asielzoekers. Maar zij willen wel medewerkers die snel inzetbaar zijn. De benodigde tewerkstellingsvergunning laat nu vaak te lang op zich wachten waardoor werkgevers afhaken. Dat is echt een probleem dat het Rijk snel moet oppakken.’

Inzet van ‘cultuurverbinders’ in gemengde woonvoorzieningen

Overal waar mensen samenleven kunnen spanningen ontstaan en doen zich misverstanden voor. Zo ook in gemengde woonvoorzieningen waar verschillende groepen zoals statushouders en Nederlandse jongeren samenwonen. Maar deze blijken over het algemeen goed op te lossen met de inzet van ’cultuurverbinders’: sleutelfiguren uit die gemeenschappen zelf die met kennis van de verschillende talen en culturen iedere dag bouwen aan onderling vertrouwen en respect. Frans Bastiaens (Maastricht):

‘‘Wij hebben een Oekraïense medewerker aangenomen die begeleiding en ondersteuning biedt aan landgenoten. De kennis van de taal en de cultuur voorkomt een hoop miscommunicatie en verbetert het onderling vertrouwen.’

Investeren in fysieke ontmoetingsplekken

Gemeenten investeren in fysieke plekken waar wijk- en buurtbewoners en nieuwkomers elkaar kunnen ontmoeten en leren kennen. De gemeente Arnhem heeft een restaurant - ‘Connect’ - geopend, waar je niet alleen lekker kunt eten, maar waar ook de hele week gratis lessen en workshops worden aangeboden aan nieuwkomers en Arnhemmers. Het is een plek waar mensen andere mensen ontmoeten en leren kennen, en zo meer begrip ontwikkelen voor elkaar. En de gemeente Horst aan de Maas bouwt een eigen sociale werkvoorziening. In die ‘Kansenfabriek’ kunnen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt terecht voor ontwikkeling en ontmoeting. Lokale ondernemers tonen zich er zeer betrokken. Mensen die al langer in Horst aan de Maas wonen en nieuwkomers bouwen daar samen aan hun droom om ieders talent te benutten.

Dit jaar bestaat de Adviesraad Migratie vijfentwintig jaar. Dat vieren we met verschillende activiteiten. Mede gemotiveerd door de gesprekken die we met wethouders hebben gevoerd, organiseren we op 12 november 2026 een ‘inspiratiemarkt’, waarmee we willen laten zien dat er in gemeenten vele inspirerende voorbeelden zijn van hoe migratiebeleid wél met lokaal draagvlak kan worden uitgevoerd. Kijk op onze jubileumpagina voor de verschillende activiteiten en hou onze LinkedInpagina in de gaten!

-------------------------------------------------------------------------------------------

[1] We spraken in de laatste maanden van 2025 met wethouders van de gemeenten Aalsmeer, Amersfoort, Amstelveen, Amsterdam, Arnhem, Eindhoven, Groningen, Horst aan de Maas, Maastricht, Rotterdam, Venray, Waalwijk, Westland en Zwolle.

Deze tekst is ook gepubliceerd op de website van Sociale Vraagstukken: https://www.socialevraagstukken.nl/migratiesamenleving/wat-wethouders-zeggen-over-het-gemeentelijke-migratiebeleid/